‘Noem mij maar Flop’ is mijn Bibliotheek trauma. Vanaf dat ik kon lezen (en dat kon ik al op hele jonge leeftijd) las ik álles wat los en vast zat. Niet alleen boeken, ook televisiegidsen, telefoonboeken (wat een gekke achternamen bestaan er), verpakkingen en handleidingen. Alles met letters fascineerde mij. Er zijn weinig kinderfoto’s van mij te vinden zonder boek in mijn hand of vlakbij me in de buurt. Vanzelfsprekend toog mijn moeder met mij naar de Bibliotheek in onze woonplaats Lelystad. Het was voor mij behoorlijk imponerend: eerst moesten we over het enorme stadhuisplein lopen, waar het altijd windkracht 10 was, om bij het stadhuis naar binnen te gaan. Daar boven, of achterin ik weet het niet meer precies, was de bibliotheek. Lange rijen kasten met héél véél boeken. (tekst gaat verder onder foto)
Het werk van de bibliothecaris die het boek aan mij uitleende fascineerde mij ook enorm. Eén voor één haalde ze de boeken van mijn stapeltje, zwiepte die over een toonbank, sloeg het boek open, duwde de kaft onder een apparaat waardoor er een datum in het boek gestempeld werd, klapte het boek dicht en legde het op de leenstapel. Thuis in mijn kamer speelde ik nooit vadertje en moedertje maar bibliotheekje waarbij ik de bibliothecaris was die met vloeiende bewegingen de boeken uitleen imiteerde. (tekst gaat verder onder foto)
Soms was het boek minder naar mijn zin, soms was het oké, soms zaten er snotjes van een ander in. Maar op een goede dag had ik het boek ‘Noem mij maar Flop’ van Corrie Hafkamp te leen. Over een beschadigd kind dat opgroeit bij oma. Ik vond het prachtig en ik sloot het verhaal in mijn hart. En toen moest het terug. Dat werd één groot drama, want ik hield zoveel van het boek. Zo gaat dat in een bibliotheek, het moet weer terug. Nadien liep ik wanneer ik boeken ging lenen nog wel eens langs de kast waar Flop stond, dan keek ik naar de rug van het boek. Daar stond het tussen alle andere boeken, eenzaam te wachten tot iemand het zou pakken. (tekst gaat verder onder foto)
Na het behalen van mijn middelbare school diploma verliet ik Lelystad. Ik verslond nog steeds boeken, maar niet meer uit de bibliotheek. De boekwinkel werd mijn snoepwinkel.
Ik werkte ruim twintig jaar als drama- en dansdocent, theatermaker, dramacoach. Tot ik ruim 6 jaar geleden ‘ineens’ bij een bibliotheekorganisatie ging werken. Voor veel mensen een totale verrassing, maar voor mij als lezer en inmiddels schrijver een logische stap.
Toen ik na het verschijnen van mijn boek door Bibliotheek Lelystad werd geboekt om een boekpresentatie te geven kwam alles bij elkaar. Dat zou een Trip Down Memory Lane worden! Het geval wil dat ik hardnekkig blijf denken dat Lelystad er nog steeds uitziet zoals het was toen ik er 27 jaar vandaan verhuisde. Het was dus even zoeken naar waar te parkeren, want de wegen lopen inmiddels anders. Aangekomen op het stadhuisplein, waar het door bebouwing minder waait, zocht ik de bibliotheekingang maar die bleek op een andere plek te zijn. Binnen was de Bibliotheek groot en prachtig, maar er was níets meer zoals het ooit was. Natuurlijk niet. (tekst gaat verder onder foto)
De lezing was wél vol nostalgie. Voor het publiek, zoals altijd, dat genoot van de verhalen en beelden van vroeger. Toch ook voor mij. Naast familieleden was er iemand die in Theater Agora heeft gewerkt en ik in mijn hart draag, maar ook mijn oude basisschool juffrouw. ‘Esther ken je mij nog?’ vroeg ze en ik zag het meteen. Het was de juf waar ik bij in de klas zat toen mijn vader stierf. Zij heeft die periode ook intensief beleefd. Zo heeft iedereen zijn of haar eigen herinneringen bij gebeurtenissen en locaties uit het verleden en wat is het mooi als we die met elkaar kunnen delen. (tekst gaat verder onder foto)
Overigens heb ik ‘Noem mij maar Flop’ nooit meer in een boekwinkel kunnen vinden. Gelukkig heeft de Bibliotheek mij het verhaal kunnen laten beleven, dat had ik anders maar mooi gemist.
De vorige blog lees je hier
Een (gesigneerd) exemplaar van Dit is mijn vader Jan Blaaser bestel je hier.